Dan moet je maar...
Het is een zin die bijna iedereen weleens heeft gehoord of onbewust zelf heeft uitgesproken. Of het nu gaat om een vrouw die in een club wordt lastiggevallen , een kind dat op het schoolplein systematisch wordt gepest , of zelfs een horecazaak waarvan de klanten zonder te betalen weglopen, vrijwel direct staat er vanaf de zijlijn een buitenstaander klaar met een oordeel. „Dan moet je maar van je afbijten.” „Dan had je maar op voorhand moeten afrekenen.” „Dan had je maar niet om drie uur 's nachts in die steeg moeten zijn.”
Dit fenomeen noemen we victim blaming: het verschuiven van de aandacht, de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid van de dader naar het gedrag van het slachtoffer. Maar waarom is deze reflex zo hardnekkig? Waarom kiezen we er zo vaak voor om het handelen van het doelwit te analyseren in plaats van de daden van de agressor onvoorwaardelijk te veroordelen? Het antwoord ligt diep verscholen in onze neurowetenschappen, cognitieve biases en een fundamenteel misverstand over wat 'assertiviteit' nu werkelijk betekent.
De illusie van controle: De rechtvaardige wereld theorie
Het menselijk brein heeft een intense, biologische behoefte aan controle, voorspelbaarheid en orde. Psychologen verklaren de neiging tot victim blaming dan ook grotendeels aan de hand van de just world hypothesis (de rechtvaardige wereld theorie). Dit is de diepgewortelde, geruststellende illusie dat goede keuzes automatisch leiden tot goede uitkomsten, en slechte keuzes tot slechte uitkomsten. We willen geloven dat goede dingen gebeuren met goede mensen, en dat met slechte mensen slechte dingen gebeuren.
Wanneer we geconfronteerd worden met een onschuldig slachtoffer van misbruik, geweld, ziekte of pech, barst die veilige zeepbel uiteen. Het confronteert ons met een angstaanjagende realiteit: het noodlot en onveiligheid kunnen iedereen volledig willekeurig treffen, hoe voorzichtig je ook bent.
Om de interne spanning en machteloosheid die deze gedachte oproept te verminderen, gaat ons brein direct op zoek naar een verklaring of fout bij het slachtoffer zelf. Want als we kunnen aanwijzen dat iemand een kort rokje droeg , in een gevaarlijk steegje liep , of het café beter personeel had moeten inhuren , herstellen we voor onszelf de illusie van orde.
Onze onbewuste conclusie stelt ons gerust: „Ik doe dat niet, dus mij overkomt dit niet .” Victim blaming is in de kern dan ook zelden een rationele analyse van wat er is gebeurd, maar een psychologisch verdedigingsmechanisme tegen gevoelens van machteloosheid.
De achteraf-blik en digitale ontremming
Dit mechanisme wordt versterkt door de zogenaamde hindsight bias (de achteraf-blik). Achteraf bekeken lijkt elke situatie immers volkomen logisch, voorspelbaar en controleerbaar. Als toeschouwer ken je de uitkomst al. Je zit veilig achter je computer en analyseert de situatie achteraf. Wat ons brein op dat moment niet kan plaatsen, is dat de personen ín de situatie die uitkomst vooraf helemaal niet wisten. Zij moesten handelen op een moment dat ze het volledige plaatje nog niet hadden.
Tel hier het online disinhibition effect (het online ontremmingseffect) bij op, en de empathie verdwijnt als sneeuw voor de zon. Wanneer we online via platforms zoals Facebook of Twitch reageren, vallen onze normale sociale en empathische remmingen grotendeels weg. De fysieke afstand, de semi-anonimiteit en het ontbreken van direct oogcontact of non-verbale feedback zorgen ervoor dat onze empathische capaciteit drastisch afneemt. Mensen typen daardoor ijskoud beschuldigingen en 'oplossingen' die ze in een fysieke ruimte, oog in oog met de andere persoon, nooit zouden uitspreken.
Wanneer het zenuwstelsel overneemt: Waarom logica faalt onder stress
De grootste fout die stuurlui aan de wal maken, is de aanname dat een mens onder acute stress of dreiging functioneert als een kalme, reflectieve denker. In de realiteit werkt ons lichaam compleet anders. Bij acute angst, stress of een overweldigend machtsverschil neemt het autonome zenuwstelsel binnen een fractie van een seconde de controle over. Veel van deze processen verlopen automatisch en subcorticaal, volledig buiten onze bewuste controle om.
Door een enorme piek in stresshormonen en neurotransmitters, zoals noradrenaline, wordt de prefrontale cortex tijdelijk offline gehaald. Dit is exact het hersengebied dat we nodig hebben voor logisch nadenken, plannen, bewuste impulscontrole en strategische zelfverdediging. Het brein schakelt volledig over op overleven. In plaats van maatschappelijk elegante oplossingen, reageert ons lichaam met oeroude, reflexmatige reacties:
- Fight (Vechten): Vuisten ballen, op tafel slaan, of verbale agressie vertonen tegen de stressor.
- Flight (vluchten): Onrustige benen, scannen van de omgeving naar ontsnappingsroutes, of letterlijk weglopen.
- Freeze (Bevriezen): Muisstil worden, zich emotioneel en cognitief afsluiten om onopvallend te blijven en conflict te vermijden.
- Fawn (Vleien): Meegaan met de situatie, pleasen, of de tegenpartij vleien om escalatie en fysiek geweld te voorkomen.
Wanneer de dreiging acuut wordt, is er geen situatie die je op pauze kunt zetten om rustig te bekijken wat je 'zou moeten' doen. Het is puur het zenuwstelsel dat rationeel probeert te overleven onder acute neurologische spanning.
Als iemand bovendien langdurig te maken krijgt met onveiligheid, zoals chronisch pesten of misbruik, kan er learned helplessness (aangeleerde machteloosheid) optreden. Wanneer keer op keer blijkt dat terugpraten of grenzen aangeven de situatie niet verandert of zelfs verergert, herprogrammeert het zenuwstelsel zich. Het leert dat actie nemen zinloos is, waardoor passiviteit of terugtrekken een diep ingesleten beschermingsstrategie wordt.
De mythe van de individuele 'assertiviteitsknop'
Dit brengt ons bij een ander hardnekkig misverstand: onze blik op assertiviteit. Populaire zelfhulpboeken en weerbaarheidscursussen presenteren assertiviteit vaak als een individuele vaardigheid. Een soort knop met specifieke skills die je simpelweg kunt leren aanzetten om je eigen ruimte op te eisen. Maar assertiviteit kun je niet solo uitvoeren voor de spiegel; het vraagt om andere mensen en is onlosmakelijk verbonden met groepsdynamiek.
Zelfvertrouwen Vertrouwen in anderen
Stoppen met 'repareren', beginnen met ondersteunen
Wanneer iemand te maken krijgt met pesten, uitsluiting of agressie, is de automatische maatschappelijke reflex nog te vaak om de gepeste persoon naar een weerbaarheids- of assertiviteitstraining te sturen. Hoewel dit in de juiste situatie zeker bruikbare instrumenten kan aanreiken , schuilt er een fundamentele denkfout in.
Door exclusief te focussen op het trainen van het slachtoffer, zeggen we indirect: „Jij moet maar veranderen, jij moet maar leren je grenzen aan te geven .” Dat is, hoe goed bedoeld ook, een subtiele vorm van victim blaming.






